Verleden jaar kreeg Eli een meeltje over een handzame aluminium koffer, een soort flightcase met een aantal ingebouwde mengpaneel zelfbouw eenheden van Philips. Een soort mengpaneel, met veel extra patch-points. Oud, ooit gekregen
. Roel Visser, de afzender van de meel, was druk aan de opruiming en had op het Wilde Weide Wep mijn stek gevonden. En oh ja,.. er konden foto's verstuurd worden.
Nu gebeurt het wel vaker dat Eli ouwe Philips meuk van enthousiastelingen die bijvoorbeeld met de hobby stoppen of uit een nalatenschap van familie of vrienden krijgt toegestopt. Maar een paneeltje in een flightcase of iets dergelijks ontbrak nog in mijn collectie!
Uit de foto's die ik toegestuurd kreeg, bleek het te gaan om een fotokoffer.
Daarin zaten een aantal zelfbouw eenheden van Philips mengpanelen en een intrigerend paneeldeel met allerlei connectors voor signaal in- en uitgangen.
Het idee van een draagbaar mengpaneel was me bekend, Philips besteedde namelijk in Hobbyskoop 30 (december 1979) al een pagina aan een dergelijk ontwerp. En in het boekje Mengversterkers voor zelfbouw wordt op bladzijde 82, weliswaar summier, de 'meeneemmengversterker' in een paar regels besproken. Maar als daadwerkelijke toepassing heb ik kofferpaneeltjes samengesteld uit Philips zelfbouw mengpaneel eenheden maar een paar keer gezien, voor zover ik me kan herinneren. Dit geheel is (als gift) enige jaren in mijn bezit, maar doe er uiteindelijk toch niks mee. Af en toe een kwartiertje aanzetten, om de elektronica wat wakker te schudden. Maar dat is nu ook al weer een jaar of twee geleden. Gewoon jammer als dat op den duur gaat verpieteren. Mijn electro-spullen worden met mij stilzwijgend ouder, ook al zijn ze netjes opgeborgen
, zo liet Roel me weten.
Mijn interesse was gewekt en zo ontstond er tussen ons een mailwisseling over het apparaat en of het pakketpost of ophalen zou gaan worden. Roel bleek namelijk niet al te ver van de Belgische grens te wonen en in eerste instantie zag ik best wel een beetje op tegen die afstand.
Na wat denken in mogelijkheden had ik echter binnen no-time het koffertje thuis. En kon ik op mijn gemak het geheel eens nader inspecteren.
Indeling
De Philips mengpaneel zelfbouw eenheden zijn vernuftig verdeeld over de twee kofferhelften, die via een centrale kabelboom in een beschermende zwarte hoes
met elkaar verbonden zijn. In geopende toestand fungeert het deksel als een verticaal bedieningspaneel, waardoor de VU-meters, toonregeling en andere regelaars direct in het zicht staan. Op de onderste rij zijn drie NL7311-stereo-toonregel eenheden geplaatst. Op de bovenste bevinden zich aan de linkerzijde een NL7314 (tweekanaals niveaumetereenheid) met daarnaast een blind frontpaneel inclusief schakelaar, en tot slot een NL7412 (stereo volgversterker).
De kofferbak presenteert de schuifregelaars van de mengsectie vlak op het werkoppervlak en de onderste rij hiervan bestaat uit een viertal voorversterker eenheden. Van links naar rechts zijn dit een NL7305 (dubbele microfoonversterker), twee NL7307's (dubbele voorversterkers voor recorder of tuner) en een NL7306 (dubbele toonopnemer-voorversterker). In een blind frontpaneel aan de rechterzijde is een zelfbouw selector-eenheid geplaatst, waarbij signaallampjes zorgen voor de visuele stand-indicatie. Direct daarboven zijn in vier blinde frontpanelen evenzoveel draaipotmeters gemonteerd, met rechts daarvan een NL7419 voedingseenheid.
De strook aan de rechterzijde, met een breedte van iets meer dan 9,5 cm, biedt plaats aan zestien sets RCA-connectoren (links en rechts). Links bovenin bevindt zich de 220V-aansluiting en de onderste twee betreffen 6,35 mm-jackchassisdelen.
Wat opvalt aan deze sectie is dat er in een aantal frontplaten gaten zijn geboord waar niets is gemonteerd. En dat de print van de NL7419, aan de achterzijde, niet direct achter de frontplaat maar iets daar vanaf is gemonteerd. Zeer waarschijnlijk om instraling hiervan op de ingangen te voorkomen. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat de trafo hiervan in het deksel, en wel zo ver naar links als maar mogelijk, en zo ver van de ingangen verwijderd, is gemonteerd.
Alle mengpaneel eenheden zijn op twee met kunstleer beklede aluminium platen die met schroeven op houten steunen, die in de koffer zijn gelijmd, gemonteerd.
De constructie van het geheel is typerend voor de pragmatische en doordachte zelfbouw uit de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. Het resultaat is een ergonomisch ontwerp waarbij visuele controle en fysieke bediening naadloos op de gebruiker zijn afgestemd.
Toepassing
Aan de hand van het betere spoorzoeken werd de werking heel aardig duidelijk: het paneel mengt in totaal zes kanalen en fungeert daarbij tevens als schakel- en patchcentrale. Ingangen die niet worden gebruikt zijn dan domweg niet op de patchrail aangesloten. De kern van het menggedeelte bestaat uit de microfoon, twee tapevoorversterkers en de pu-voorversterker die vier van de zes centrale in- en uitgangen op de mengeenheid beslaan. Op deze vier eenheden vindt met behulp van de grote schakelaar voorafluistering plaats. Deze is voorzien van versterking waarvan de herkomst niet duidelijk is en waarvan het signaal wordt afgenomen via de 6,3 mm-jackpluggen.
De mengeenheid mengt dus vier ingangen die vanaf het patchpaneel worden toegevoerd; de overige twee zijn afkomstig van twee toonregel eenheden in het deksel, die hun ingangssignaal eveneens via het patchpaneel ontvangen. Er kunnen dus eenheden of apparaten tussen worden geschakeld door ze simpel op de connectoren aan te sluiten, terwijl eenheden in het koffertje gebruikt kunnen worden om onafhankelijk van het paneeltje weer andere apparaten aan te sturen. Zo maak je dus slim gebruik van de mogelijkheden zonder direct met een formaat vliegdekschip te hoeven slepen!
De uitgang van het paneeltje is tenslotte eveneens van een toonregeling voorzien en voedt de volgversterker en niveaumetereenheid.
Professionele huisvlijt
Van de geschiedenis van dit paneeltje is helaas weinig meer bekend dan wat Roel mij wist te vertellen. Dat hij het van de zoon van de bouwer heeft gekregen. En dat het paneeltje werd gebruikt voor filmploegen die op locatie moesten werken.
Van de serie mengpaneel eenheden voor zelfbouw van Philips is algemeen bekend dat dit het vervolg was op de succesvolle Philips-zelfbouwversterkerreeks in de bekende rode doosjes. Deze in blauwe doosjes verpakte mengpaneel eenhedenserie was bedoeld voor de enthousiasteling die doorgaans thuis iets met geluid deed, zoals bijvoorbeeld geluidsjagers. En Philips was hierin destijds niet uniek, want ook in Duitsland en België bestonden vergelijkbare initiatieven.
In Duitsland was dat RIM, Radio-Industrie-GmbH München, dat voornamelijk Duitse componenten gebruikte en een robuustere bouwkwaliteit leverde. RIM-apparatuur was dan ook veel te vinden in de horeca en PA-achtige omgevingen, waar betrouwbaarheid voorop stond. In België was MBLE (Manufacture Belge de Lampes Electriques) de speler die nauw verbonden was met Philips en bouwpakketten en componenten aanbood waarmee zelfbouw-mengpanelen konden worden gerealiseerd.
Hoewel er wel degelijk uitwisseling was tussen Nederland, Duitsland en België, overheersten in elk land toch de lokale merken. Dat kwam niet alleen door de verschillende munteenheden destijds, maar ook door de manier waarop informatie werd verspreid. Er bestond immers nog geen internet; je was aangewezen op brochures en manuals of informatie verstrekt door gespecialiseerde winkels. De lokale merken hadden daardoor een natuurlijke voorsprong in hun eigen regio.
Wat deze eenheden, of ze nu van Philips, MBLE of RIM kwamen, met elkaar gemeen hadden, was hun modulaire opbouw. Je kocht losse modules zoals microfoonvoorversterkers, lijnversterkers, toonregelaars en fader-eenheden en bouwde daar stap voor stap een compleet mengpaneel mee. Het was een speelgoedkist voor de gevorderde hobbyist. De systemen maakten daarbij gebruik van de typische jarenzeventig-componenten, met schema's die op een solide basis rustten. Alles was erop gericht om zelfbouwers in staat te stellen hun eigen studio- of discomengpanelen te bouwen. Een wereld waarin thuis knutselen en professionele ambities hand in hand gingen.
Het zal niemand verbazen dat veel van deze ontwerpen, ondanks dat ze voornamelijk op de consumentenmarkt waren gericht, ook hun weg vonden naar serieuzere toepassingen zoals die van radiomakers, radiopiraten en in de PA. Vooral bij die laatste groep was portabiliteit een dingetje, en werden er dan ook verschillende flightcase- en fotokofferoplossingen bedacht. Dichtgeklapt waren alle in- en uitgangen prima tegen vuil en beschadigingen beschermd, en was er tevens voldoende ruimte om alle patchkabeltjes en dergelijke op te bergen. En als dat geen huisvlijt is, dan weet ik het ook niet meer!
Roel, bedankt voor dit leuke stukje geschiedenis!